Het Verschueren pijporgel uit de Kapel van het Franse Klooster
Het Verschueren pijporgel uit de Kapel van het Franse Klooster is gebouwd in het jaar 1939 en betreft een “Opus 104”.  Zoals de naam al aangeeft is het orgel gebouwd door de bekende Limburgse orgelbouwer “Verschueren” uit Heythuysen. Het orgel heeft een “electro- pneumatische” tractuur, maar is ook deels mechanisch. De 16 stemmen maken de registratie van het orgel interessant. Het orgel is niet alleen een begeleidingsinstrument, maar kan ook ingezet worden bij (orgel)concerten.
Het orgel is eigenlijk een “orkest’ waarbij iedere register een apart instrument is. Het Verschueren pijporgel uit de kapel bezit dus 16 instrumenten uiteenlopend van de echotrompet, naar de blokfluit en kromhoorn.
De “electro pneumatische” tractuur van het orgel biedt de organist een belangrijke ondersteuning bij het orgelspel en maakt het musiceren op dit orgel zeer interessant.

Orgelfront, pijpwerk en speeltafel van het Verschueren pijporgel uit de Kapel van het Franse Klooster. (foto: Stichting Behoud Franse Klooster)

Orgelfront, pijpwerk en speeltafel van het Verschueren pijporgel uit de Kapel van het Franse Klooster. (foto: Stichting Behoud Franse Klooster)

Achtergrondinformatie
‘Elektro – pneumatisch’ orgel wil zeggen dat de verbinding tussen de toetsen en het pijpwerk d.m.v. elektriciteit tot stand komt . Ook de registers functioneren via elektriciteit. Verder zijn er de ‘mechanische’ orgels. Daarbij werkt de verbinding tussen toetsen en pijpwerk via een mechaniek. Ook de registers functioneren mechanisch.
Alle pijporgels hebben iets gemeen: ze hebben lucht nodig om de pijpen te laten ‘spreken’ / te laten klinken. Vroeger produceerde men de lucht door de blaasbalg aan te trappen. Nu wordt meestal een windmotor gebruikt. Een pijporgel is een toetsinstrument. Omdat een pijporgel ook lucht gebruikt, noemt men een pijporgel ook wel een mechanisch blaasinstrument.