De geschiedenis van het pijporgel uit de Kapel van het Franse Klooster

Het pijporgel, afkomstig uit de Kapel van het Franse Klooster, is in 1939 gebouwd door Verschueren orgelbouw (onder de naam ‘Opus 104’). Het orgel had een “electro- pneumatische” tractuur, maar was ook deels mechanisch. Het orgel kende een ‘interessante’ dispositie van registers. Het orgel was niet alleen een begeleidingsinstrument, maar kon ook worden ingezet bij (orgel)concerten. Het orgel is eigenlijk een “orkest’ waarbij iedere register een apart instrument is.

Orgelfront, pijpwerk en speeltafel van het Verschueren pijporgel uit de Kapel van het Franse Klooster. (foto: Stichting Behoud Franse Klooster)

.

De oorspronkelijke dispositie van het Verschueren-orgel uit de Kapel van het Franse Klooster

Manuaal I: 56 toetsen Manuaal II: 56 toetsen Pedaal: 30 toetsen

  C  –  g ’’’                            C  –  g ’’’                          C –  f ’

Prestant              8’          Dulciana             8’        Subbas       16’

Spitsfluit             8’          Vox Caelestis     8’        Gedektbas    8’

Bourdon              8’          Dolce                   8’

Koperprestant    4’          Nachthoorn       4’

Roerkwint            2 2/3’  Kwint                  2 2/3’

Mixtuur            3 –4 st.    Blokfluit                2

Echotrompet        8’         Kromhoorn          8’        Tremelo

Koppelingen:

Ped. + Man. I

Ped. +Man.II

Man. I  + II

Man. I  + II16’

Man. II + II16’

Man. II  normaal af

Oorspronkelijke bouwtekening orgelfront uit de Kapel van het Franse Klooster.

Oorspronkelijke bouwtekening van het orgelfront uit de Kapel van het Franse Klooster.